Random header image... Refresh for more!

Werkgroep Plumeria

Elders op deze website, zie Alg.Info Plumeria kunt u lezen dat er van de 12 soorten Plumeria die er bestaan er eigenlijk maar 4 in cultuur zijn. De Plumeria rubra is daarvan veruit het meest populair. Maar in Nederland ook het minst gemakkelijk in bloei te krijgen. Een aantal leden van de Nederlandse Kuipplanten Vereniging Regio West is daarom een werkgroep begonnen om uit te zoeken hoe het bloeien van de Plumera rubra kan worden bevorderd. Hieronder leest u het waarom van de populariteit van de Plumeria rubra en hoe de werkgroep te werk gaat.

1. Een welriekende schoonheid
De Plumeria rubra onderscheidt zich van de andere 3 soorten Plumeria die in cultuur zijn door zijn mysterieuze voorkomen, zijn talloze kleuren en zijn bedwelmende geuren. Een plant waar u ongewild maar onweerstaanbaar naar toegetrokken wordt als u in den vreemde een botanische tuin bezoekt. Want stelt u zich eens voor: bloemen in schitterende regenboogkleuren die een vleugje jasmijngeur verspreiden. Of een delicaat roze exemplaar dat naar een koele Gardenia geurt. Of een verbluffend gele die de aanwezigheid van citrusfruit doet vermoeden. Of een bijna purperen met de aroma’s van de tropen. Of …. En zo kunnen we doorgaan. Een echte exotische schoonheid. Niet vreemd dus, die populariteit.

2. Een lastpak
Helaas een schoonheid is vaak ook een lastpak. Bij mensen is dat soms zo, en bij planten is dat niet anders. De rubra eist aandacht van zijn verzorger. Is die te gering, dan liggen rotting, spint, trips en witte vlieg op de loer. Toch zijn die uitdagingen met voldoende oplettendheid wel beheersbaar. Het grootste probleem is echter: hoe krijgen we de rubra in bloei? Menig liefhebber die enthousiast met de soort aan de slag ging zette zijn planten na jarenlang vruchteloos proberen bij de compost. Immers, hoe mooi de rubra ook niet bloeiend is, de bloem en haar geur zijn toch de kersen op de taart.

3. Een werkgroep waard
Om te onderzoeken welke factoren bij de verzorging de bloei op positieve (en negatieve) wijze beïnvloeden is een aantal leden van de Nederlandse Kuipplanten Vereniging Regio West hiervoor een samenwerkingsgroep begonnen. De groep wil kennis en ervaring uitwisselen en bundelen. Elkaar stimuleren. Voorkomen dat een ieder individueel verzorgingsmethoden gaat uitproberen waarvan een ander al heeft aangetoond dat die in Nederland niet werken. Of een aanpak over het hoofd ziet waarmee andere hobbykwekers resultaat geboekt hebben. Elkaar met raad en daad terzijde staan. Bij tegenvallers de smart delen. En bij een succesje: gedeelde vreugd is dubbele vreugd!

4. Plan van aanpak van de werkgroep
De snelste en meest voor de hand liggende manier om de methoden die de bloei positief of negatief beïnvloeden te vinden, is natuurlijk de werkwijze en de behaalde bloeiresultaten van de individuele groepsleden te verzamelen en te vergelijken. Complicerende factor daarbij is echter de grote verschillen in de gehanteerde verzorgingsmethoden. De een houdt zijn planten in de woonkamer achter een venster op het oosten, de ander op het zuiden, weer een ander stalt zijn planten buiten op de binnenplaats. Of in een kas. Ook de grote verscheidenheid in herkomst van de planten speelt een rol. Wij denken namelijk dat een plant die zijn oorsprong vindt in Thailand heel anders op de Nederlandse omstandigheden kan reageren dan een stek uit Madeira.
Een andere manier van onderzoeken, die echter veel meer tijd kost, is het verkrijgen van een behoorlijke hoeveelheid planten met identieke genetische herkomst. Allemaal stekken van een en dezelfde boom, bijvoorbeeld. Maar die mogen wij als amateurs niet invoeren. Zaaien van zaden uit een enkele peul is een andere manier. Vandaar ons zaailingenproject.
Voorjaar 2017 zaaiden we de zaden uit vier verschillende peulen, alle geoogst in Bali. Per peul worden de zaailingen gescheiden gehouden. Eén peul gaf 60 nakomelingen, de andere peulen samen zo’n 50. Alle plantjes krijgen een gelijke behandeling, zowel in de zomer als in het rustseizoen. Als ze straks bloeirijp zullen zijn, zullen we planten hebben die, per peul, genetisch zo dicht mogelijk bij elkaar liggen, en een gelijke verzorging gehad hebben. Als we dan tegen die tijd proeven gaan doen, zullen de resultaten daarvan zo min mogelijk door het toeval worden beïnvloed. We hopen dan betrouwbare conclusies te kunnen trekken.

Copyright © ”2018”, Nederlandse Kuipplantenvereniging Regio West - niets van deze website mag worden gekopieerd zonder toestemming van de webbeheerder